|
door Bouke Vlierhuis
'Hij is een normale man, maar heeft nu eenmaal chaos in zich. Hij ook, hij beseft dat, dus moet hij opletten voor romantiek. Hij moet zich verweren tegen overdreven hoop, tegen metafysica, tegen het irrationele.'
Al na één paragraaf van Een vorm van vermoeidheid van Jeroen Theunissen weet je dat je te maken hebt een schrijver met een totaal eigen stem (en natuurlijk is het weer een Vlaming. Zucht.). Jeroen Theunissen (1977) is dan ook werkelijk een talent. Zijn eerste twee romans De onzichtbare (2004) en Het einde (2006) werden goed ontvangen en voor zijn poëziedebuut Thuisverlangen (2005) kreeg hij van e-zines Rottend Staal en De Contrabas de publieksprijs voor de beste dichtbundel van 2005. In de romans van Theunissen draait het vaak om onechtheid. Zijn hoofdpersonen dragen een masker, zijn niet echt wie ze zijn en spelen taalspelletjes om daar een mouw aan te passen.
Zo ook Horacio Gnade, de normale man uit de inleiding. Hoe normaal ben je als je vindt dat je moet 'opletten voor romantiek'? Gnade is getrouwd, heeft een dochter en een goede baan aan de universiteit. Hij leest, hij houdt van poëzie. En hij ergert zich. Hij ergert zich aan de anderen die zich bezighouden met onzin als liefde, idealisme, het gezellig opknappen van een boerderij of het organiseren van een barbecue. Hij is helemaal geen normale man. Hij is een abnormale man die zich door de schijn op te houden handhaaft tussen normale mensen. En met zijn voornemen zich 'te verweren tegen het irrationele' stelt hij zich een even zinloze als onmogelijke taak. Zo is hij al vanaf die eerste paragraaf gedoemd ten onder te gaan aan zijn eigen hersenspinsels. Tegelijkertijd is hij ook weer minder abnormaal dan we zouden willen. Want wie heeft er niet een heel klein beetje een Horacio Gnade in zich? Wie antwoordt er niet soms dat iets interessant is of prachtig of een schande, alleen omdat dat van hem verwacht wordt?
Horacio Gnade houdt het uiteindelijk niet meer vol. Het irrationele, de chaos die hij dacht te kunnen bedwingen, komt eruit. Hij raakt betrokken bij een vechtpartij waarbij hij een jongen bijna wurgt en dat brengt hem zo uit balans dat hij uiteindelijk besluit te vertrekken. Hij haalt al zijn geld van de bank en begint aan een zwerftocht over de wereld, waarbij hij zich omringd met allerlei vreemde vogels: non-conformisten, zwervers, indianen en activisten. Hij eindigt berooid in een klein, godverlaten dorp in Patagonië.
*Maar ergerde Horacio zich echt aan zijn medemens? Of was hij gewoon jaloers? Zou hij niet, ondanks zijn aanname dat hij een normale man is die alleen last van 'een vorm van vermoeidheid' heeft, ontzettend graag een van hen zijn? Wat zijn zijn affaires, zijn geweldsuitbarsting en zijn vlucht anders dan wanhopige pogingen om door een steeds heviger wordende schocktherapie zijn verdrongen, totaal verwrongen gevoelsleven weer aan de praat te krijgen? Waarom kiest hij juist een naïve, bevlogen activiste als reisgezel en minnares? Wat is er waar en wat is er ironie in deze roman die mede door de hakkende, soms haast ongrammaticale stijl van Theunissen de lezer zo rauw op het dak valt? En wat is er waar van wat Gnade tegen zijn vrouw zegt als hij haar verlaat: 'Ik hield niet van je'? Horacio Gnade presenteert meestal, vaak onbewust, een versie van de waarheid die hem op dat moment passend lijkt. Niets in dit boek betekent wat het lijkt te betekenen. 'Ik neukte andere vrouwen', zegt hij erbij. Dat is onmiskenbaar waar, maar waarom dat nu ineens vermeld, terwijl hij jarenlang zijn mond hield onder het motto 'wat niet weet wat niet deert'? Door haar te kwetsen, zichzelf een schoft te maken in haar ogen, probeert hij de scheiding voor haar makkelijker te maken. Hij wil tenslotte iedereen zo min mogelijk tot last zijn. Maar hij hield wel van zijn vrouw, en zeker van zijn dochter, en op zwakke momenten, diep in Patagonië, huilt hij. Maar teruggaan, dat past niet in de cynische, semi-rationele logica van deze ontwortelde man. In plaats daarvan vlucht hij vooruit, naar het einde van de wereld en van zijn spaargeld.
De conditie van de Westerse mens is bij Theunissen een treurige. Gesteld dat er al een doel is in het leven wordt dat zelden bereikt. We kunnen overal naartoe en we kunnen alles kopen maar we hebben geen enkel idee meer wat we eigenlijk willen. De ironie heeft bezit van ons genomen zodat het ons onmogelijk is geworden werkelijk enthousiasme, werkelijke interesse in wat dan ook, werkelijk verdriet of werkelijke liefde te voelen. In plaats daarvan omringen we ons met vreemden en bombarderen we onszelf met indrukken. En het brengt ons niets. Helemaal niets. Een werkelijk ontluisterend boek.
Een vorm van vermoeidheid
Jeroen Theunissen
Meulenhoff, 2008
Wie?
|