| Tumult - Maarten Inghels (voorpublicatie) |
|
NIEUWE KLINKER
Ik schrijf je tot een nieuwe klinker die ruikt naar jong gras, met een onbestemde kleur maar prima op de kast staat, in een vaas of tussen boeken. Je akoestiek klinkt prachtig naast
andere letters, nooit extreem zacht of kwaadaardig luid. Jou gebruik ik het meest, mijn mond loopt van je over, mijn pen drinkt gulzig je bloed. Je bent het ontbrekende brokstuk in de taal, een robuuste tafel waar met servet
aan wordt gedineerd, met eerbied voor spelling. Aan het einde van een zin vang ik je licht in een woord, als een caleidoscoop draai ik je alle kanten op. Ik wacht nog op dat ene gedicht.
VANDAAG BEN IK MAANDAG
De hemel stond dichtbij wanneer mijn tuin een vacht had gekregen, toen mijn schoenen zwarte plekken afgaven ging ik in de gaten liggen.
De deur roept. Ik speel zwijgzame grond, gillend sneeuw ik onder.
Ik denk aan adem en word benauwd, veeg het blauw uit mijn ogen, probeer merel te zijn maar ben te oud.
Vandaag ben ik een blauwe maandag in het huis van naakte bodem schud ik mijn sneeuw af. Ik smelt. Ik ben plasjes op de grond.
STRAND
Ik ben een strand dat verlangt naar wat rustige wasjes over mijn zand.
Niet die bulderdrang van paardenkoppen, gretig schuimgekweel en een krab die aan je poten likt.
De schelp die je zo lang hebben wou door de honger in de zee ingeslikt.
Want dat is wat een mens wil; een moment van klaarheid, kalmte en een groene vlag op de pier.
Van je mag nu zwemmen hier.
Tumult van Maarten Inghels verschijnt op 17 november in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrits Komrij. |