Column: Welzijnswerk

 

`Voor niks komt de zon op,’ zei mijn docent economie altijd. Het was een lange, rijzige man met een flinke neus en twijfelachtig kapsel. Dat maakte mij woest. Ik was een enorme alto in die tijd. Lang haar, puistenkop, kleren die regelrecht uit de Humana-bak leken te komen: een man van idealen. Ik zou die docent wel eens laten zien dat hij ongelijk had. Dus sloot ik economie af met een mager zesje. Niet dat dit nu heeft bijzonder was, ik sloot eigenlijk al mijn vakken af met een mager zesje. 

 

Nu heb ik wel respect voor de man. Niet dat ik zijn vak nu zo goed snap of dat ik het eens ben met wat hij vertelde, maar meer om zijn geduld. Geduld met mij en al die andere enorme alto’s. Ook ik heb wat geleerd over schrijven dit jaar. Ik was altijd in de veronderstelling dat schrijven een indooractiviteit was. Maar nee, schrijven lijkt meer op parachutespringen, dat doe je ook buiten. Schrijven leer je door te kijken. Door te luisteren. En door af en toe wat te lezen. Niet dat het daar veel van komt, dus kijk ik en luister ik. Maar als ik iets geleerd heb van schrijven is het geduld hebben.

 

Misschien mag ik me gaan bekommeren om het geld van de Mugwumps omdat ik economie heb gehad. Komt er toch nog iets van me terecht. Onlangs is onze tweede bundel uitgekomen, die we deze zomer aan het publiek zullen presenteren. Hij heet Likdit. Wanneer we Likdit presenteren zijn we waarschijnlijk dronken als een fluit, zoals het hoort. Zijn we buiten, zoals het hoort en zijn we onder vrienden, zoals het hoort. Op die manier bewijzen we het ongelijk van mijn docent economie. Waar vind je nog zoveel mensen die iets voor niets doen? Buiten.