| En je boek dan? (column) |
|
Op de middelbare school bestond er een consensus over het feit dat ik ooit een boek zou schrijven. Het feit. Zonder dat ik ooit die wens expliciet had gemaakt. Er bestond verder ook de consensus dat er nooit wat van mij terecht zou komen. Ook een feit. Dat ik ergens vakken zou gaan vullen. Niet omdat ik dom was, maar omdat ik lui ben. Nog steeds, maar dat terzijde.
In de jaren die verstreken heb ik veel geleerd. Ik weet dat schrijven meer is dan een boek willen schrijven. Zo is schrijver zijn onder andere op dakterrassen zitten met andere schrijvers en alle boeken die uitkomen afzeiken. Meer nog heb ik geleerd dat je moet optreden, schnabbelen als presentator, freelance schrijven, redacteur spelen en hier en daar een column schrijven. En daar heb ik het druk genoeg mee. Zo druk dat ik soms al tegen mensen durf te zeggen dat ik schrijver ben.
Ik hoef niet zo nodig meer een boek te schrijven. En toch wordt dat ergens van me verwacht. Als het niet de nieuwe Grote Roman is, dan kan ik toch op zijn minst een dichtbundel samenrapen? Onvermijdelijk gaat het gesprek met minder bekenden altijd daarover. ‘Jij was toch altijd al zo creatief?’ Dat soort opmerkingen.
Natuurlijk werk ik in een kroeg. Samen met alle acteurs van de toneelopleiding. En dan raakt er wel eens iemand verzeild die mij nog van de middelbare school kent.
‘Hoe vaak werk je hier?’ vraagt ze. ‘Drie keer per week.’ ‘Waar werk je dan nog meer?’ ‘Ik studeer.’ ‘Ja, echt? Jij? Wat studeer je dan?’ ‘Filosofie.’ ‘O ja, dat kan natuurlijk.’
En dan is het aftellen naar de volgende vraag.
‘En je boek dan?’
13-5-08
|