Column: Zugzwang

 

 

Het regent vandaag. Ik zit snipverkouden achter de computer. De laatste weken is schrijven net een rotstelling met schaken.  

Ik moet mijn zet doen, maar wat ik ook zet, het lijkt alleen maar mijn positie te verzwakken. Als ik mijn pen tegen het papier vlij kijkt het lege papier me met een streng oog aan. Zo van ‘voeten vegen als je binnenkomt!’ Wat ik ook schrijf, het lijkt bij voorbaat niks.

Aan de ene kant wil je toch wat schrijven omdat je wat te melden hebt, omdat je niks te melden hebt, omdat je moeder het leuk vindt of omdat je vader er boos van wordt. Aan de andere kant moet er ook brood op de plank en met schrijven lukt dat niet. Hierom zwabber ik tussen schrijven en werk. Niet dat ik mijn werk niet leuk vind, maar het kost erg veel tijd en dat doet schrijven ook. Als ik werk kan ik niet schrijven omdat ik te weinig tijd heb en als ik niet werk kan ik niet schrijven omdat ik geen droog brood te eten heb.

Ik heb zes jaar filosofie gestudeerd en les gehad over keuzes en vrije wil. De ellendige situatie waarin ik me nu bevind heet Morton’s Fork. Dit betekent dat je langs twee manieren van denken tot dezelfde vervelende conclusie komt. De uitdrukking komt uit het middeleeuwse Engeland, waar het innen van belasting (door John Morton) als volgt ging: wanneer je rijk was had je blijkbaar veel geld en dus ook veel geld om aan de koning te geven. Wanneer je arm was had je kennelijk spaarzaam geleefd en dus veel geld over om aan de koning te geven. Either way was je de banaan en belandde je geld in de vorstelijke buidel.

Zo is het op het moment ook met de stukken die ik schrijf. Alles belandt in het grote grijze archief. De manier om hier uit te komen is door het slechtste te schrijven wat ik me kan voorstellen. En het daarna heel erg boertig voor te dragen. Een pagina zó met inkt te bevuilen dat alles wat erna komt naar Goethe ruikt. Vandaag is het een dag voor zo’n stuk.
Misschien komt het door het weer. 

 

Wie?

 

25-02-08