Ik bemin u bovenal - Geertrui Daem PDF Afdrukken E-mail

door Maria Negro

 

 

Wat mogen wij Nederlanders blij zijn dat ze in Vlaanderen ook Nederlands spreken en onze taal van zulke mooie woorden voorzien. En dat sommige van die Vlamingen boeken schrijven waarin ze scheutig met die mooie woorden strooien. Geertrui Daem is zo'n Vlaamse schrijver. De personages eten van een teljoor, ze parkeren hun auto op de koer en gremellachen treiterig. Een koppig iemand `trekt zijn staart in', een drugsgebruiker `zit aan het gerief’ en neuken heet poepen.  

 

De vijf verhalen van Daems laatste bundel, Ik bemin u bovenal, hebben zijdelings met elkaar te maken, in die zin dat de hoofdpersoon uit het ene verhaal een bijrol speelt in het volgende verhaal. Een kunstgreep, die in dit geval helaas niet veel toevoegt.

In het eerste verhaal komen een broer en een zus op bezoek bij hun ouders, die een kleine onafhankelijke beenhouwerij runnen. `Moeder mocht wegen, bestellen, inpakken, malen, prepareren, pekelen, darmen vullen, geld ontvangen en wisselen, maar het echte werk was voor vader.' Vader blijkt een erfgenaam te zoeken voor zijn zaak, en dat wordt niet de meest voor de hand liggende persoon. Dit zou een spannend verhaal kunnen opleveren, maar dat doet het helaas niet. De personages komen niet tot leven, het drama is niet voelbaar en de dialogen doen, hoewel opgesteld in sappig Vlaams, gekunsteld aan.

Hetzelfde geldt voor het tweede verhaal waarin een veertigjarige gescheiden vrouw een man ontmoet via een datingsite. De man ontpopt zich onmiddellijk tot Mr. Right, en je voelt – gááp – onmiddellijk aan dat hij natuurlijk Mr. Wrong is.  Dat blijkt hij ook te zijn, maar niet om redenen waarop je hoopt. De ergste misdaad die Mr. Wrong begaat is te hard van stapel lopen en – godbetert – snurken. Dat de vrouw op de drempel van haar vertrek haar minnaar per ongeluk doodt, doet niets af aan de saaiheid van het verhaal.


Het derde verhaal, met de pijnlijk hip gekozen titel `Chillen’, is mogelijk nog erger. Daem kruipt in de huid van een veertienjarig meisje dat in stilte verliefd is op een klasgenoot, maar als lezer heb je geen moment het gevoel met een veertienjarige van doen te hebben. Het meisje beschouwt de scheiding van haar ouders, niet als de dochter van, maar als een buitenstaander met een volwassen kijk op de zaken, en doet dat bovendien in het tenenkrommende taaltje van een volwassene die het jargon van de moderne jeugd probeert na te bootsen.


Geertrui Daem schrijft al zestien jaar boeken. Ze werd in 1995 genomineerd voor de Ako-prijs en in 2002 voor de Libris-prijs, en de verhalenbundel waarmee ze in 1992 debuteerde won de Vlaamse Debuutprijs en de Nederlandse Van der Hoogtprijs. Volgens de flaptekst gaat de schrijver met dit boek `terug naar haar favoriete vertelvorm: het verhaal.'  Misschien is er onderweg iets fout gegaan, en is Daem in de loop der jaren de technieken vergeten, of misschien berustten de nominaties op vergissingen. Hoe dan ook, dit boek lijkt niet geschreven door een ervaren auteur. Elke vorm van spanning ontbreekt in de verhalen, de personages blijven steken in karikaturen en Daem heeft de hinderlijke neiging de lezer werkelijk alles uit te leggen. Ook stilistisch is het geen feest. De zinnen staan bol van de overbodige bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden, de personages zeggen nooit zomaar iets, ze `flappen het eruit’, `babbelen’ of zeggen, voor het geval het de lezer zou ontgaan dat hun uitspraak grappig bedoeld is, iets `gevat’. Dat levert zinnen op als dit:


`God zij gedankt wat, pa? vroeg Ronny uitdagend. Hij keek met pretoogjes naar zijn overgevoelige zus.


`Dat er mensen zijn die nog kwaliteit apprecieren,' haastte ma zich articulerend als een kleuterjuf, alsof het onbegrip aan Ronny lag.

En dan blijkt Daem het plotseling toch te kunnen, en hóe. In het schrijnende verhaal `Een vierkantje hemel’ vertelt ze over een jonge moeder die op verlof is uit een psychiatrische inrichting. Ze mag een middagje naar huis om voor haar baby te zorgen. De oppas is er als ze arriveert, met de kliniek onderhoudt ze telefonisch contact en ze neemt keurig haar medicijnen in, dus er kan niks misgaan, denk je. Maar in het hoofd van de moeder gaat alles mis, en het duurt niet lang voordat de werkelijkheid zich daarbij aansluit. Ineens blijkt Daem wel in staat in het hoofd van haar personages te kruipen en invoelend te schrijven. Als lezer ga je volledig mee in de gedachtewereld van de psychiatrisch patiënt. De baby krijgt een bad in de gootsteen, maar raakt onderkoeld als het water afkoelt. Moeder verliest de controle over de situatie, en alles wat ze uithaalt maakt het alleen maar erger. Daem weet de onmacht en de hulpeloosheid van de moeder zo goed neer te zetten, dat de dramatische beslissing die de vrouw daarna neemt volkomen logisch overkomt, zelfs de enige juiste lijkt.


Dit verhaal maakt de bundel. Het staat in schril contrast met de andere verhalen, en toont alsnog dat Daem inderdaad in staat is tot het schrijven van verhalen die in aanmerking komen voor prijzen. Alleen jammer dat je je daarvoor wel eerst door honderd pagina’s beginnersproza heen moet worstelen.


Ik bemin u bovenal
Geertrui Daem
Podium, oktober 2008

 

Wie?

 
< Vorige   Volgende >