| Ik bemin u bovenal - Geertrui Daem |
|
|
|
|
door Maria Negro
Wat mogen wij Nederlanders blij zijn dat ze in Vlaanderen ook Nederlands spreken en onze taal van zulke mooie woorden voorzien. En dat sommige van die Vlamingen boeken schrijven waarin ze scheutig met die mooie woorden strooien. Geertrui Daem is zo'n Vlaamse schrijver. De personages eten van een teljoor, ze parkeren hun auto op de koer en gremellachen treiterig. Een koppig iemand `trekt zijn staart in', een drugsgebruiker `zit aan het gerief’ en neuken heet poepen.
De vijf verhalen van Daems laatste bundel, Ik bemin u bovenal, hebben zijdelings met elkaar te maken, in die zin dat de hoofdpersoon uit het ene verhaal een bijrol speelt in het volgende verhaal. Een kunstgreep, die in dit geval helaas niet veel toevoegt.
In het eerste verhaal komen een broer en een zus op bezoek bij hun ouders, die een kleine onafhankelijke beenhouwerij runnen. `Moeder mocht wegen, bestellen, inpakken, malen, prepareren, pekelen, darmen vullen, geld ontvangen en wisselen, maar het echte werk was voor vader.' Vader blijkt een erfgenaam te zoeken voor zijn zaak, en dat wordt niet de meest voor de hand liggende persoon. Dit zou een spannend verhaal kunnen opleveren, maar dat doet het helaas niet. De personages komen niet tot leven, het drama is niet voelbaar en de dialogen doen, hoewel opgesteld in sappig Vlaams, gekunsteld aan.
En dan blijkt Daem het plotseling toch te kunnen, en hóe. In het schrijnende verhaal `Een vierkantje hemel’ vertelt ze over een jonge moeder die op verlof is uit een psychiatrische inrichting. Ze mag een middagje naar huis om voor haar baby te zorgen. De oppas is er als ze arriveert, met de kliniek onderhoudt ze telefonisch contact en ze neemt keurig haar medicijnen in, dus er kan niks misgaan, denk je. Maar in het hoofd van de moeder gaat alles mis, en het duurt niet lang voordat de werkelijkheid zich daarbij aansluit. Ineens blijkt Daem wel in staat in het hoofd van haar personages te kruipen en invoelend te schrijven. Als lezer ga je volledig mee in de gedachtewereld van de psychiatrisch patiënt. De baby krijgt een bad in de gootsteen, maar raakt onderkoeld als het water afkoelt. Moeder verliest de controle over de situatie, en alles wat ze uithaalt maakt het alleen maar erger. Daem weet de onmacht en de hulpeloosheid van de moeder zo goed neer te zetten, dat de dramatische beslissing die de vrouw daarna neemt volkomen logisch overkomt, zelfs de enige juiste lijkt.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|