| Column: bladmuziek |
|
|
|
|
Ik zal waarschijnlijk niet snel met gedichten debuteren. Als dit komt doordat ik slecht schrijf: soit. Belangrijker is de vraag of het er voor mij toe dat ik publiceer. Hierop kan ik een volmondig nee antwoorden. Toen ik begon met schrijven nam ik me voor te gaan schrijven wat ik zelf zou willen lezen. Daarom zal ik niet snel met gedichten debuteren. Op het boek psalmen en wat verspeidt werk van de spanjaard Frederico Garcia Lorca na hou ik niet van poëzie op print. Poëziebundels zijn bladmuziek.
Poëzie gaat pas leven als ik er een stem bij hoor. De reden dat ik me vermaak op een dichtavond of literair festival is niet vanwege de ideeën die ik daar op doe, niet om de woorden die ik hoor, niets van die Platoonse beuzelarij. Wanneer ik ideeën of woorden zoek verschans ik me wel op een regenachtige dag in mijn kamer met een kop warme anijsmelk, een stuk boterkoek en een encyclopedie. De reden dat ik me vermaak op een dichtavond is het vlees.
Zelf het vervelendste gedicht wordt een belevenis wanneer het door een dikbuikige brompot wordt voorgedragen alsof die een dubbeldekker is met bladafval in zijn motor. De entourage kan niet fout genoeg zijn, wanneer iemand woedend een ode aan het een of ander staat te pruttelen voel ik dat ik ergens bij ben, dat er iets gebeurt. Voorgedragen poëzie heeft net zo´n catharsische werking als een stuk toneel. Vergeleken met een Hollywood-produktie kan een toneelstuk nog zo knullig zijn, maar het speelt zich op dat moment voor je af. Niet op tape, niet op DVD maar in het vlees.
Dat is voor mij poëzie. Onlangs zei collega-Mugwump Boris in een column dat mensen in Nederland niet samenkomen voor een volksgericht. Ik durf het tegendeel te beweren. Een goed stuk poezie op planken is precies dat, maar dan een gericht van één tegen allen en geen lynchpartij. Poëzie is als een vleeshamer, het stuurt zijn publiek mals naar huis. En zo hoort het, ik krijg liever een pak rammel van een stuk Bach dan dat ik partituur lees.
14-4-08
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|