| Column: potten en ketels |
|
|
|
|
We willen nog wel eens voor onkosten optreden. Omdat we podiumgeil zijn, maar ook omdat kleine podia vaak heel leuk uitpakken. Vaak, zeg ik. Niet altijd. Als we het café binnenstappen is Oscar er al. Naast hem zit de manager van het café. In het café lijkt een antiquariaat ontploft; overal liggen oude boeken. Op zich geen verkeerde setting voor een voordracht, maar zoals in een van die oude boeken staat: het kan verkeren.
De organisator blijkt er nog niet te zijn. Wat hadden we met hem afgesproken? Eten en drinken in ruil voor drie sets. De manager vindt het prima en plaatst ons in een afgelegen hoekje aan een tafel. Het is van hieruit moeilijk inschatten waar we straks moeten gaan optreden.
Halverwege het eten komt de organisator binnen: 'Smaakt het?' 'Jaja, prima. Wat is precies de bedoeling straks?' 'Ja, dat weet ik eigenlijk ook nog niet. Ik doe dit eigenlijk nooit. Eet maar even door en dan spreken we elkaar zo wel.'
Even later weet hij ons te vertellen dat hij 'maar liefst twee draadloze microfoons' heeft. 'En jullie gaan daar optreden.' Hij wijst naar een ruimte waar allemaal mensen druk bezig zijn met eten en gesprekken voeren. 'Het zou leuk zijn als jullie daar een beetje doorheen lopen.'
Om de aandacht te trekken springt hij op het meubilair, terwijl hij een van zijn eigen slam-gedichten doet. Uiteraard zit niemand op hem of op ons te wachten. De helft van de eters spreekt niet eens Nederlands. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit wat we doen: de meeste mensen vinden ons irritant. Ze willen eten en poëzie vult de maag niet. Ze willen bijkletsen, niet luisteren.
Boris grijpt de Disney-versie van Het Dappere Snijdertje uit een van de vele boekenkasten die ons omringen. 'Mickey, het snijdertje, sloeg zeven vliegen in een klap dood.' Het oogst net zoveel applaus als onze eigen stukken, van een enkele verdwaalde enthousiasteling.
'Hebben jullie wel aan promotie gedaan?', vraag ik. 'Ja, jullie naam staat onder andere op het krijtbord buiten.' 'Onder andere?' 'Ja, ik heb ook nog een aankondiging op mijn weblog gezet.'
Bij onze tweede en derde set zijn er wat vrienden binnengedruppeld en de voordrachten worden informeler. Het heeft geen nut je als belangrijk poëet te profileren tegenover mensen waarmee je altijd dronken wordt. Je kunt er beter dronken mee worden.
Als we weggaan zegt de organisator nog dat we ons wat professioneler mogen presenteren. Ik wens hem snel hetzelfde. We moeten nog wat bier kopen voor de terugreis.
Links!
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|