Breukers signaleert #6 PDF Afdrukken E-mail

Pauline Pisa - Het gestolen wijf (Aspekt)

Jos Versteegen - Slapen bij een warme man (Nieuw Amsterdam)

Tonnus Oosterhoff - Ware grootte (De Bezige Bij)

 

 

door Chrétien Breukers

 

Pauline Pisa (1968) debuteert met de bundel Het gestolen wijf. Pisa groeide op in het Utrechtse Kanaleneiland. Deze nieuwbouwwijk uit de jaren '60 is tegenwoordig een 'kansenwijk' en gooit hoge ogen op de lijst van minister Ella Vogelaar. Maar ook in de jaren zeventig was het al een wijk in ondergang. In het openingsgedicht zegt de dichteres: 'Het was in de tijd van de fietsende parkwachter // op een avond stak vader zijn hoofd op het balkon / hij deed het langgerekte blaten van een schaap na / er kwamen wolken op af / langzaam weliswaar maar toch // wisten wij veel / de kerk stond er immers nog'. Een sterk gedicht, met snijdende beelden. Bovendien een gedicht waarin de actualiteit meespeelt, letterlijk als dreiging. De bundel bevat nog meer van dergelijke uitschieters, zoals 'Schapendrift', 'Zundapp' en 'Avondmaal'. Helaas worden die afgewisseld door wat minder sterke gedichten. Die doen het op het podium misschien goed, maar dat niet wil zeggen dat ze ook in druk dienen te verschijnen. Maar in de genoemde verzen, en in haar beste liefdeslyriek ('Dat ik mijn haar liet drogen op jouw schoot / terwijl het water tegen de kade klotste en er lottoballetjes / vielen op de teevee') is Pisa een, hoe heet dat ook alweer? een groeibriljant.


Bestel bij bol.com

Het gestolen wijf<br>Pisa, P.
Het gestolen wijf
Pisa, P.

 

 

Jos Versteegen (1956) is bekend als dichter, redacteur van De Tweede Ronde, tekstschrijver (onder meer voor Het Klokhuis) en als mede-samensteller van de Homo-encyclopedie van Nederland. Zijn werk heeft zich de afgelopen 20 jaar ontwikkeld van light verse tot een op sterk parlando gebaseerd vakwerk uit de Angelsaksische school. Kreeg in het light verse de meligheid nog wel eens de overhand, in zijn net verschenen bundel Slapen bij een warme man is die meligheid door het gewonnen vakmanschap weggeduwd. Op zijn website schrijft Versteegen: 'Het boek gaat over mijn moeder en mijn boerenjeugd.' En dat is, in alle eenvoud, precies de juiste samenvatting. In een aantal technisch zeer knappe verzen evoceert (een woord dat hier merkwaardig op zijn plaats is) Versteegen zijn jeugd in het Limburgse dorp Helden. De boerderij ('De grote ketel in de stalhoek; / houthompen, vuur en dampend water.'), het geloof ('Wij praten niet / maar zeggen tekst bij zwarte kralen / die langs mijn zwarte nagels gaan'), de asperges ('Dit veld moet wel een slaapzaal zijn / voor honderd meter lange reuzen'), kortom, de hele sprookjeswereld die de jeugd zo veraf en dichtbij tegelijk kan maken komt aan bod: 'Augustus is een vliegenstrip / die in je haar komt liggen als / je afruimt en gelukkig bent.' Ereplaats in deze bundel is er voor Versteegens (overleden?) moeder. Die kijkt of keek elke avond tv – een apparaat waarop de foto van haar overleden man pronkt ('Het leven / stijgt elke avond in hem op.') Een moeder, een vader en een leven- of warmtegevende tv: dit duivelskunstje alleen al maakt het de moeite waard om de bundel te kopen.

 

Bestel bij bol.com

Slapen bij een warme man<br>Jos Versteegen

Slapen bij een warme man
Jos Versteegen

 

Tonnus Oosterhoff publiceert zijn nieuwe bundel, Ware Grootte. Ilja Pfeijffer schreef er in NRC onder meer het volgende over: '(...) hij is een van onze belangrijkste dichters en hij heeft in zijn hele leven nog nooit één enkel gedicht geschreven dat normaal is. Normale gedichten zijn er al genoeg.' Dat is spits gezegd, van Pfeijffer. Helaas kun je in de poëzie bijna nooit van 'normaal' spreken, want zelfs het 'normaalste' gedicht onttrekt zich (meestal) aan dat begrip. En wat voor de een ‘normaal’ is, nietwaar, is voor de ander verre van ‘normaal’. Je kunt wel het volgende zeggen over Ware Grootte: Oosterhoff schrijft verre van rechttoe-rechtaan gedichten. Hij onderbreekt de 'gewone' gang van zaken, husselt ze door elkaar en voorziet ze van commentaar. Ik las ergens dat Oosterhoff een dichter is die graag gebruik maakt van 'de bemoeilijkte vorm'. Tsja. Eerst een mijnenveld aanleggen en dan zeggen: ‘Kijk, een mijnenveld.’ Maar erover lopen zal niet gaan. Ik kan, ook al zie ik dat Oosterhoff een groot vakman is, en dat hij zeer interessante, ja zelfs noodzakelijke poëzie schrijft, na lectuur van Ware grootte alleen maar denken: Nou, en? Dat ligt aan mij, uiteraard: het idee dat een groot deel van de Nederlandse poëziekritiek een dwaalweg bewandelt – ik zou het niet durven te suggereren. Ronduit flauw is Oosterhoff, tot slot, als hij eens lekker van zich af wil trappen: ‘de dichter des vaderlands moet zijn van onbesproken levenswandel / van onbesproken levenswandel zijn. Een blije hein.’ Ha ha. Maar waar heeft zo’n jongen dat nou voor nodig? Trap dan meteen raak.

 

Bestel bij bol.com

Ware grootte
Ware grootte
Tonnus Oosterhoff

 

 


 

 

 


 
< Vorige   Volgende >