| Motorman en 39 andere prozagedichten - Nyk de Vries |
|
|
|
|
13-9-07
Door Froukje van der Ploeg En 39 andere prozagedichten, is de ondertitel van de bundel. Maar volgens Nyk zijn het eigenlijk meer korte verhaaltjes dan prozagedichten. Na lezing is dat ook wat ik concludeer, het zijn korte verhaaltjes die vooral uitblinken door hun mooie openingszinnen. De verhalen eindigen doorgaans met een volkomen onlogische wending of conclusie. Een goed voorbeeld hiervan is `Broer Auke’, waarin de hoofdpersoon optreedt voor een klein publiek, en een vrouw over het podium braakt. Het podium wordt schoongemaakt, waarna het optreden wordt hervat. Later op de avond, tijdens het drinken in de bar, denkt de hoofdpersoon opeens aan zijn broer Auke: `Opmerkelijk hoe snel de tijd toch ging. Die jongen zat ook alweer twee jaar in de bak.’ Een erg abrupt einde, dat eigenlijk totaal los staat van het voorgaande plot.
Op de achterflap valt te lezen hoe Nyk met zijn ultrakorte verhalen de show steelt op bonte avonden en poëziefestivals. De pointes van sommige van zijn verhaaltjes zullen het ook zeker goed doen in de kroeg, maar ze houden niet altijd op papier. De clous zijn soms te puberaal en oppervlakkig, bijvoorbeeld die van de jongen die bij het kijken naar zijn huis, dat compleet afbrandt, alleen maar bezig is met de vraag of de jonge buurvrouw naast hem een slipje onder haar blauwe ochtendjas draagt. Hetzelfde geldt voor het gedicht `Silvie’. Een man treft het meisje Silvie met een andere man aan op een industrieterrein, en later in de stad. Silvie stort zich in zijn armen en huilt: `Ben ik een slechte moeder?’ De man grimast en denkt: `Meisje toch, doe in ieder geval iets aan die slechte adem.’ Dit doet meer denken aan een mop dan aan een poëtisch verhaaltje.
Soms lijken de pointes zelfs op een trucje. Je verwacht bij de opening al iets vreemds aan het eind, waardoor de verhalen soms aan kracht verliezen. Dit wordt echter goed gemaakt door andere, meer surrealistische verhaaltjes, die erg sterk zijn. Zoals `Danswedstrijd’ waarin een wandeling langs een dierentuin overgaat in een danswedstrijd, een `knotsgek festijn’ en ritje in een open wagen, die de hoofdpersoon naar Plaza Santa Ana voert, waar hij zijn hoofd tien minuten onder water probeert te houden in een fontein, al weet hij niet waarom. Het leek hem gewoon een goed idee.
De diversiteit en compactheid van de verhalen spreken erg aan. Zoals bij de enigszins realistische conclusie van `Rivierenbuurt’, waarbij de hoofdpersoon weer contact heeft met een oude studiekameraad, een jongen die `mooie momenten spaart maar de afgelopen jaren er weinig had verzameld’. Hij eindigt met de vraag of de vriend geen zin heeft in een robbertje vechten. Maar die concludeert: `Je moet eerst iets opbouwen, pas dan kun je het kapot maken.’
Zulke stukken en mooie openingszinnen zoals `Zeven jaar was ik bezig geweest de spullen van mijn vader op te ruimen’ en `Ergens in een wijk klonk operettemuziek en twee Italiaanse dames zongen alsof er geen muren bestonden’ maken de bundel het lezen waard. Als Nyk in een volgend werk de meeste puberale conclusies en anekdotes achterwege laat valt er, zoals een NRC-recensent concludeerde, zeker een kleine Biesheuvel uit hem te kneden. Hoewel ik persoonlijk liever zou zien dat hij zijn eigen stijl vasthoudt en daarin zijn toon vindt.
Bestel bij bol.com
Motorman Nanny M.W. de Vries
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|