| Boheemse rapsodie |
|
|
|
|
Guus Bauer bezocht de filmset van Milos Forman, die enkele van zijn verhalen verfilmt.
foto: Joost van den Broek
Het begin van een typische Tjechische dag. Ik was juist die ochtend in de Boheemse grensplaats gearriveerd om het draaien bij te wonen van scčnes voor een tv-film die is gebaseerd op enkele door mij geschreven verhalen. Een van de regisseurs is Miloš Forman.
In 2005 schreef ik een drietal boekjes onder het pseudoniem Miroslav von Miraus. Van heinde kwam hij ver, een aantal novelles, werd vertaald in het Duits en Tjechisch. De boekjes verhalen over vaak hilarische vluchtpogingen vanachter het IJzeren Gordijn. Bij wijze van verrassing, zonder te vermelden dat ik erachter zat, stuurde ik een aantal exemplaren aan Tjechische vrienden die na 1968 over de wereld waren uitgewaaierd, waaronder een kennis van mijn vrouw, Miloš Forman, de regisseur van o.m. One flew over the Cuckoo’s nest, Man on the Moon en Goya’s Ghosts.
Onvindbaar Nadat ik had vernomen dat mijn verhalen verfilmd zouden worden, was ik door de scenarioschrijver uitgenodigd voor een bespreking op de set. Met plezier had ik de uitnodiging aangenomen. Ik trof de producent, een aantal van de regisseurs, decorbouwers, sjouwers, scriptgirls, belichtingsjongens, de geluidsman en mensen met een onduidelijke taak aan bij een grote houten tafel midden op een open vlakte tussen de beboste heuvels. Met veel moeite had ik de plek kunnen vinden. Plaatsnamen waren hier onduidelijk, wegwijzers ontbraken helemaal en mijn mobiele telefoon werkte niet. De routebeschrijving had mij in de steek gelaten. Van een oude vrouw met een bijna onverstaanbaar accent had ik uiteindelijk begrepen dat ik na de potraviný, een plaatselijke Winkel van Sinkel, rechtsaf moest slaan, twee kilometer door moest rijden en dan bij een witgepleisterd huisje met een koperkleurig dak links de weg naar boven moest nemen. Bij de watertoren moest ik het dan nog maar een keer vragen. Op goed geluk ging ik bij een grijze ruďne met groen uitgeslagen pannen een veredeld bospad op.
Fragment Van heinde kwam hij ver: `Dinsdagavond kwamen stationschef Frantisek, steenhouwer Boula, bijgenaamd de schele, en staalarbeider Lubomir, een door de communisten onteigende, wat lompe landedelman, zoals gebruikelijk samen in het morsige lokaal van uitbater Jaroslav (…) Naarmate de avond vorderde, de zelfgestookte drank rijkelijk vloeide en men in de stemming geraakte om de treurigheid van het bestaan te bespreken, begon een idee vaste voet te krijgen. Jaroslav was al jaren verantwoordelijk voor het verzorgen van de maaltijden in het naast het stationsgebouw gelegen theater dat uitsluitend werd gebruikt voor propagandavoorstellingen. Er speelde een toneelstuk over de heroďsche daden van het Rode Leger. Als het publiek huiswaarts zou keren, zouden zij de Russische uniformen gaan stelen en met de lorrie, die al enige jaren ongebruikt op het reservespoor stond, langs de wachttoren richting de grens sporen. Ze hadden niets meer te verliezen. Steenhouwer Boula kreeg geen werk meer sinds zijn zoon was gevlucht, hij sleet zijn dagen met het hakken van grafstenen. De namen van alle levende dorpsbewoners had hij reeds uitgebeiteld. Hem restte slechts zijn eigen zerk. Frantisek moest vrezen voor een ambtelijk onderzoek. Tijdens een inspectie was hij in de wachtkamer op heterdaad betrapt met een wonderschone vrouw. De inspecteur was niet eens ontzet over het feit dat zijn eigen gade betrof, maar meer dat dit in een overheidsgebouw op overheidsmeubilair in diensttijd was gebeurd. Lubomir had genoeg van zijn werk in de gore staalfabrieken. Hij wilde zich wijden aan zijn grote passie: de romantische dichters.'
Bordkarton Op de open plek aangekomen, nam ik plaats aan de tafel. Rechts naast mij zat een meisje met een hemels gezicht. Met engelengeduld vulde zij glazen met bier uit grote kannen. De vergadering over de eerste draaidag was begonnen. De belangrijkste vraag was of er een bordpapieren treinstation gebouwd moest worden bij een bestaande wachttoren of een nieuwe uitkijkpost bij een bestaand station. Beide locaties waren vlakbij. Heftige discussies laaiden op. Ondertussen keek de beroemdste van de vier regisseurs, Miloš Forman, onder de deksels van de pannen van de catering.
Forman: `Ik kreeg twee boekjes toegezonden van een mij onbekende schrijver. De verhalen waren heel beeldend, rijp voor verfilming. Ik herkende een Boheemse ziel en was dan ook heel verbaasd te horen dat ze onder pseudoniem waren geschreven door een Nederlander. Ik was het geheel al eigenlijk vergeten, toen ik een paar maanden later via via werd benaderd door een mij onbekende Tsjechische producent. Men wilde een film maken om het veertigjarige jubileum van de inval van de Warschaupacttroepen in augustus 1968 te ‘vieren’.
De voorbereidingen en de draaidagen van Goya’s Ghosts hadden een behoorlijke tol geëist en ik had er dus weinig zin in. Aanvankelijk waren er grootste plannen voor een echte bioscoopfilm, maar zoals gebruikelijk liep dat stuk op financiële gronden. Toen er daarna besloten werd om voor de tv een digitale productie te draaien, heb ik mijn medewerking toegezegd.
De film, On what grounds, wordt een heel duidelijk statement over de ankers van het nationale bewustzijn. Een typisch Tsjechische film, fragmentarisch, humoristisch en met een open einde. De gewiekste argeloosheid van de brave soldaat Švejk in combinatie met Kafka, Jan Hus en de broers Čapek.’
Slivovitsj Forman zweeg. Het was tijd om te eten. Na de knoflookpannenkoeken, de zult met uien en azijn, de knoedels met zuurkool, de gebraden kippen, de varkenskoteletten, de opgerolde ham met mierikswortelroom, het zwarte brood, de nodige kannen bier, flessen rum, slivovitsj en veel sterke verhalen, werd besloten een façade van een treinstation te bouwen bij een bestaande wachttoren. Dat was veiliger, want dan hoefden er geen extra verstevigingen te worden aangebracht. Daarbij werd voorbij gegaan aan de slechte staat van de uitkijkpost. Die leek ook van bordkarton. Het deerde niemand, het was een slotsom die alle partijen bij het kampvuur met gitaar en zang tot diep in de nacht tevredenstelde.
Twee dagen later werd ook begonnen met de bouw van de wachttoren. Bij de eerste beklimming door een acteur knapten de metalen sporten van de trap als twijgjes. De betreffende acteur raakte licht gewond.
|